Keizerlijke aanbeveling

Keizer Franz Josef bezat als voorman van het Habsburgse Rijk enkele van de mooiste gebieden ter wereld. Dat hij Bad Ischl in de Salzkammergut koos als tweede uitvalbasis, mag gezien worden als een keizerlijke aanbeveling.

Er lijkt weinig veranderd, sinds de tijd dat de keizer van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie er zijn spaarzame vrije tijd doorbracht. Waarschijnlijk is het ook daarom, dat UNESCO het gebied rondom Hallstatt op de lijst van werelderfgoed plaatste.
In de naam Salzkammergut ligt de complete historie van de regio verscholen. De bekendheid die de Salzkammergut nu geniet, is vrij recent. Tot in de negentiende eeuw ontleende het gebied zijn naam en bestaansrecht enkel aan de zoutwinning. In Hallstatt groeven de Kelten al ver voor Christus tunnels van 400 meter lengte, die ze uithakten met hun bronzen houwelen. In lederen zakken sjouwden ze het witte goud naar buiten.
Meer dan tweeduizend jaar later onderkenden ook de Habsburgers de waarde van de bodemschatten. Spijtig genoeg voor de lokale bevolking, kwamen de winsten volledig voor rekening van het Weense hof. Hier ontleent het gebied ook zijn naam aan. ‘Kammergut’ staat voor vorstelijk domein. In Ebensee, waar de pijpleiding gemaakt van reusachtige stammen het water naar toe voerde, stonden de zoutpannen.

Five fingers
Diepblauwe meren, bloeiende weiden, maagdelijk witte bergtoppen en dorpjes, her en der gedrapeerd in het reliëfrijke gebied. Vanaf het ‘five fingers’-plateau zie je al het schoons dat de Salzkammergut te bieden heeft.
Dit uitzichtsplatform bovenop de Krippenstein vormt het absolute hoogtepunt van de diverse wandelroutes. Het plateau hangt boven een ravijn, dat ruim 400 meter loodrecht de diepte in schiet. Kenners beschouwen het platform als één van de meest spectaculaire uitzichtpunten in het hele Alpengebied. De uitstekende vingers van vier bij één meter zorgen voor adembenemende vergezichten.
In het noorden liggen Drachenwand en Schafberg met hun ijzingwekkende afgronden, het Höllengebergte en de Traunstein.
In het oosten bevindt zich het Totes-gebergte: een steenwoestijn, angstaanjagend zo groot. Er groeien geen bomen of struiken. Zelfs gras is er nauwelijks te vinden. Wel wemelt het er van de spelonken en grotten, waarover vele sagen en legenden verhalen.
In het zuiden rijst het Dachstein-massief. Ook komen daar nog de reusachtige ijsgrotten (Eisriesenhöhle) bij, als ook de Hohe Dachstein omgeven door acht gletsjers. Met zijn 2996 meter is dit de op één na hoogste berg van de Kalkalpen.
Zo’n 1.500 meter onder de Krippenstein ligt Obertraun, een karakteristiek dorp gelegen aan Hallstätter See. Verderop ligt Hallstatt, naamgever van het aanpalende meer.

Ondergrondse
Als de beruchte Salzburgse miezerregen de bergen opslokt, trekt de lucht als een gordijn dicht. Bezoekers aan het gebied kunnen dan bij Hallstatt de oude zoutmijnen induiken. Via een steile glijbaan gaat het, net als vroeger, met een noodgang de mijn in. Onder begeleiding kun je de bijzondere stutwerken van de Salzwelten aanschouwen en zien hoe het gewonnen werd. Via een klein mijnwerkerstreintje verlaat je de grotten weer.
Daarmee zijn nog lang niet alle ondergrondse avonturen in en rond de Krippenstein benoemd. Aldaar ligt ook de Mammuthöhle, een labyrinth van 65 kilometer gangen en spelonken onder het Dachstein-massief. De naam is ook hier weer beschrijvend, want sommige van de grotten zijn ontzagwekkend groot. Men vermoedt, dat één van de lange brede gangen in de prehistorie de ondergrondse rivier de Traun was.
In de naburige Eishöhle is het een paar graden onder nul, wat zorgt voor meterslange ijspegels. Sommige ervan zijn meer dan 400 jaar oud, ze smelten in de zomer nauwelijks en vriezen in de winter des te harder weer aan.

Vorstelijke recreatie
De Salzkammergut is tegenwoordig alom bekend en erkend als fraai vakantiegebied. Maar de eerste vormen van toerisme ontstonden pas, toen de hofschilders van de aartshertog de regio ontdekten. Al spoedig trokken ook Weense schilders naar het westen om de Salzkammergut tussen Gmunden, de Aussee, Hallstatt, Salzburg en de Mondsee te vereeuwigen.
Het gebied was tot dan toe praktisch onbereikbaar, men moest per schip de Traun afzakken om tot diep in de Salzkammergut door te dringen.
Toen een zeer vooraanstaand arts uit Wenen, Franz Ritter von Wirer, zwoer bij de genezende kracht van de bronnen rond Bad Ischl, volgden de eerste toeristen. Dit waren geen gewone lieden: leden van het hof togen er naartoe om er in de zomer te verblijven. Franz Jozef, de laatste keizer van het Habsburgse Rijk dat door de Eerste Wereldoorlog uiteenspatte, bleef Bad Ischl zijn leven lang trouw. Door het verblijven van de keizer en zijn inmiddels net zo beroemde Sisi in de groene bergwereld, nam ook het toerisme onder de gewone bevolking toe.
Toch lijken de uitwassen van het massatoerisme in de Salzkammergut minder ingrijpend dan elders. De zorgeloosheid die de streek uitstraalt, is daardoor schier onaangetast gebleven.

28. juli 2011 by Tom
Categories: Reisjournalistiek | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Leave a comment