Paarse heide, groene essen
Groene brinken, oude houtwallen, donkere bossen en immense heidevelden. In west-Drenthe lijken mens en natuur nog in harmonie te leven. Op pad door één van de dunbevolkste maar meest beboste regio’s van Nederland.
Door: Tom Rustebiel
Beeld: Tom Rustebiel
Voor: FietsActief
Misschien was De Maatschappij van Weldadigheid de rest van Nederland ver vooruit. Om de armoede te ontvluchten stichtten gezinnen uit de Hollandse steden kolonies in het dichtbeboste gebied tussen Steenwijk en Appelscha.
Terwijl er werd voorzien in onderdak, zorg en onderwijs maakten duizenden mannen de woeste gronden in zuid-west Drenthe geschikt voor akkerbouw en veeteelt.
Het harde labeur werd beloond door de groene leefomgeving waar de kolonisten woonden.
Wanneer je over het fietspad tussen Vledder en Appelscha rijdt, zijn de restanten van deze bijzondere geschiedenis nog zichtbaar. Her en der staan koloniewoningen en ook het buurtschap Boschoord herinnert aan de barmhartige initiator Johannes van den Bosch.
Een stukje verderop maken de bossen plaats voor een vergezicht over het Doldersummerveld. Het is één paarse gloed, nu de dopheide voorzichtig begint te bloeien. In dit seizoen zijn geuren en kleuren sterker dan ooit. Als je goed kijkt, zie je dat op de heide vennetjes verscholen liggen. Daaromheen is de kleurenpracht nog rijker.
Kale duinen
Vlakbij Zorgvlied pikt Corné Joziasse aan, boswachter van dienst in het Drents-Friese Wold. Hij rijdt een stukje mee en begint al bij het passeren van d’ Olde Landschap enthousiast te verhalen.
‘Dit zijn voormalige productiebossen, die we weer in natuurlijke staat willen terugbrengen. Dat is goed voor de biodiversiteit. Hierdoor trekken onder meer eekhoorns, zangvogels, steenmarters, hermelijnen, bunzings en de rode en zwarte specht naar hier.’
Het lijkt wat tegenstrijdig, menselijk ingrijpen om natuur een kans te geven. ‘Maar de natuur zou anders hetzelfde doen hoor’, verzekert de boswachter. ‘Door af en toe bomen te snoeien komt er meer licht op de grond, waardoor allerlei planten en dieren een kans krijgen. Bovendien doorbreken we zo het saaie en onnatuurlijke rechte lijnenpatroon.’
We steken de weg over en plotseling waan je je in Andalusië, het dorre zuiden van Spanje. Er duiken kale zandduinen op, de vegetatie is schaars en de lucht voelt droog. De kakafonie aan krekelgeluiden maakt het mediterrane vakantiegevoel compleet. Joziasse ziet de verwondering. ‘Mooi hè?’, begint hij. ‘Tal van soorten vinden dit leefgebied aantrekkelijk. Zoals zandhagedissen en diverse vogelsoorten. Denk aan de veldleeuwerik, geelgors en de tapuit. Maar inderdaad ook veel insecten, waaronder krekels, trekken naar het Aekingerzand.’
Joziasse vertelt dat het landschap tegenwoordig erg zeldzaam is, maar dat het er vroeger in de wijde omtrek ook zo uitzag. ‘Dit gebied heeft verschillende invloeden meegemaakt. Rond de 13de eeuw was het hier één en al bos. Later is er veel land ontgonnen, eerst door de esdorpencultuur en nadien door De Maatschappij van Weldadigheid. Zo’n 200 jaar geleden zag het hele gebied er uit als het Aekingerzand nu. Je kon vanaf Appelscha rechtstreeks naar Diever kijken.’
De route slingert verder door De Kale Duinen. Je moet goed opletten, want er kunnen plotseling schapen het fietspad oversteken. ‘De schapen lopen hier eigenlijk het hele jaar’, aldus de boswachter. ‘Het is een natuurlijke manier om dichtgroeien van het Aekingerzand tegen te gaan. Ze peuzelen alle jonge gewassen op.’
Aan de rand van het terrein staat een uitkijktoren, die het beklimmen meer dan waard is. Je hebt een schitterend uitzicht op het dorre Aekingerzand en de groene zee aan bossen rondom het gebied.
Na de zonovergoten passage door het open veld moeten de ogen even wennen aan de relatieve duisternis van de dichte bossen. Een perfecte schuilplaats voor tal van dieren, weet de boswachter te vertellen. Maar ook mensen verscholen zich hier, diep in de bossen. Het Onderduikershol, niet ver van het fietspad, vertelt het verhaal van vier geallieerde piloten die hier huisden in de grond.
We zetten koers richting het esdorp Diever, gekend van zijn fraaie houtwallen. Ze vormen een natuurlijk ogende scheiding tussen de essen, die zorgt voor een veelkleurige lappendeken aan stukjes grond.
Ook rond Dwingeloo lijkt de harmonie tussen mens en natuur al eeuwen in balans. Het wemelt er van de essen, die vroeger beheert en gereguleerd werden door De Marke. Dit middeleeuws collectief van boeren was eigenlijk een voorloper van onze huidige gemeenten. De invloeden van De Marke zijn nog altijd voelbaar, wanneer je Dwingeloo binnen fietst. Oude boerderijen omsingelen één van de mooiste brinken van Drenthe, dat geclassificeerd staat als een beschermd dorpsgezicht.
Een vriendelijk slingerend klinkerpad omzoomd door hoge elzen voert langs de imposante havezate Oldengaerde richting het Dwingelderveld, het grootste natte heidegebied van West-Europa. Het is een imposante vlakte, met tot zover het oog reikt alleen maar heide. Het veld ziet er uit als een enorm stuk hoogpolig tapijt. Af en toe onderbreekt een verdwaalde boom de kilometerslange zichtlijn.
De heide wordt in stand gehouden door een flinke kudde van 300 Drentse heideschapen, af en toe aangevuld met grote grazers zoals Schotse hooglanders.
Verscholen in het veld liggen ruim 40 vennen. De meeste daarvan zijn pingo-ruïnes, die net als de lichte glooiingen aan de zijkant van het veld een erfenis zijn van de laatste ijstijd.
Het natte heidegebied is een vruchtbare voedingsbodem voor wolfsklauw, veenpluis, zonnedauw, waterdrieblad, dopheide, slangen en tal van vlindersoorten, vertelt een informatiebord bij de ingang van het park.
Oude schuld
De Anser Dennen liggen een stukje hoger dan het veld, wat zorgt voor spannende glooiingen in het fietspad. Er rennen twee konijnen over het fietspad en aan de rechterkant schiet een eekhoorn in een boom. Voor dit soort taferelen trek je de natuur in!
Na het kleine esdorpje Ansen volgt het grotere Uffelte. Aan de Dorpsstraat en de randen van de essen staan karakteristieke Saksische boerderijen, verstopt achter stokoude wilgen.
Na het Uffelterveen en het Hoitingerveld komt de overgang van het lommerrijke esdorpenlandschap naar de recht afgesneden akkers en velden rondom Wapserveen erg onverwacht. Toch is ook hier de fauna rijk. Let goed op, dan zie je misschien hazen of reeën door de velden rennen.
De rit zet zich voort door één van de oudste veenkoloniën van Nederland. De ontginning heeft gezorgd voor rechtlijnige strookverkaveling. Het contrast met de oude essen en zandwallen in het beekdallandschap had niet groter kunnen zijn. En het is extra vreemd als je beseft, dat 200 jaar geleden de hele regio zo kaal was.
Deze leegte bewijst het gelijk van boswachter Corné Joziasse. Misschien is het maar goed, dat de bossen hulp krijgen om hun natuurlijke vorm weer aan te nemen. Het zijn immers ook de mensen zelf geweest, die de kaalslag hebben veroorzaakt. Het is een eeuwenoude schuld, die alsnog wordt vereffend.
In oktober 2011 verschenen in FietsActief, het blad voor de recreatieve fietser.


