Van Wetterstein naar Karwendel
De Zugspitze, dat is toch de hoogste berg van Duitsland? Klopt! Maar onze oosterburen moeten de berg wel delen met de Tirolers. De majestueuze kalkreus is evengoed hun trots. Onlangs werd de streek verkozen tot beste mountainbikegebied van Oostenrijk. Bergen Magazine maakte een avontuurlijke trektocht op twee wielen naar de onherbergzame Karwendel.
Door: Tom Rustebiel
Beeld: Tom Rustebiel e.a.
Voor: Bergen Magazine
Ze vormen een illuster gezelschap, mijn groepsgenoten die zich aangemeld hadden voor de mountainbikerondrit door de Kalkalpen. Vier Nederlanders, een Italiaan, vier Duitsers en twee Britten krijgen voor de start van de eerste etappe een gps-apparaat uitgereikt.
“De BikeTrail Tirol is het langste aaneengesloten netwerk van mountainbikeroutes in de Alpen”, begint gids Markus enthousiast te vertellen. “In totaal wordt meer dan vijfduizend kilometer gedigitaliseerd en online gezet, zodat bikers de routes kunnen downloaden naar hun gps”, klinkt het verder met een smeuïg Tirools accent.
“Ook gaan we jullie gps-apparaat uitlezen, zodat we jullie beklimmingen op alle mogelijke manieren kunnen analyseren en vergelijken.” Markus demonstreert hoe je het apparaat aanzet en laat zien dat de rit van vandaag al ingeladen is. De getallen die hij opnoemt, doet een aantal minder ervaren deelnemers suizebollen. “De eerste klim is steil en begint hier direct buiten Ehrwald, maar is geasfalteerd. Je kunt ook de skilift nemen.”
Igelsee
De skilift? Dat is mijn eer te na. Ik ben hier om te fietsen! Vijf andere mountainbikers volgen mijn spoor, de anderen kiezen de lift. Deze beklimming vanuit Ehrwald is vooral een prettige opwarmer, want de thermometer toucheert amper achttien graden en het wolkendek wordt dichter. Steil maar regelmatig slingert de weg naar boven, tot hij vlak onder de top verandert in een Schotterweg, een grindpad van één auto breed. Met de weg wordt ook de natuur ruiger.
Ik geniet van de indrukwekkende omgeving en heb het gevoel dat ik in totaal onbewoond gebied fiets, ook al is Ehrwald hier slechts zeven kilometer vandaan. De laatste kilometers gaan op net-niet-loopsnelheid. Het is bovendien fris, want we stijgen boven het wolkendek uit. Beschutting voor de onbarmhartig blazende wind is er niet.
Kaiserschmarrn
Gelukkig zakken we al snel tot achter de top, waar de wind geen rol meer speelt. Vanaf 1700 meter hoogte daalt het pad zoetjes richting het Gaistal, waar we de schilderachtige Igelsee passeren. De machtige rotswanden van de Wetterstein en de Mieminger Kette omsingelen het schilderachtige dal, terwijl de weg gemoedelijk naar beneden blijft lopen.
Gevaarlijk of snel wordt de afdaling tot in het Leutaschstal nooit, alwaar we in Seefeld de lunch gebruiken. Het is schransen geblazen in een typisch Tiroler herberg. Overal fijn houtsnijwerk, een open haard, dikke soep, flinke bakken koffie en hartelijk personeel: precies zoals je van Tirol mag verwachten. We vergrijpen ons aan Kaiserschmarrn, apfelstrudels, knödels en bijzonder machtige Kräpfen, een soort mierzoete Berlinerbollen. De gids houdt ons immers voor, dat de slotklim naar het Karwendelhaus bijzonder lastig wordt.
Mystiek
Daarvan was geen woord gelogen. Zodra de weg enkele kilometers verderop Scharnitz verlaat is het aanpoten. Verderop vlakt de weg gelukkig wat af. Er volgt een kilometer of vijf glooiend terrein. De lucht betrekt en motregen valt uit het lichte wolkendek. Tijdens de beklimming levert dat lekker veel zuurstof op, maar ik prijs me gelukkig dat boven niet meteen een afdaling volgt.
De uitzichten worden spectaculairder, de natuur ruiger. Terwijl de begroeiing schaarser wordt neemt ook de stilte toe. Mijn groepsgenoten zijn inmiddels ver teruggezakt. Dit zijn de mooiste momenten. Hoe nietig kun je zijn? Helemaal alleen op een berg, slechts een vogel die de stilte doorbreekt. Voordeel van de lage rijsnelheid is dat ik geen last heb van de mistbanken en lichte regen waar ik nu en dan doorheen fiets. Sterker, het heeft iets mystieks, die verdwaalde wolken, die rondom bergtoppen en bomen hangen.
Karwendelhaus
Vlak nadat ik een klaphek voor mezelf open, zie ik het Karwendelhaus lonken. Het is een mooie en niet al te lastige passage, waardoor ik veel tijd heb om van de omgeving te genieten. Om me heen priemen hoge bergen de lucht in. Ik kan, ondanks de bewolking, wel twintig kilometer ver kijken. Naast het pad zoeken kabbelende stroompjes zich een weg naar beneden. Verderop vormen ze grotere riviertjes om later uit te monden in kleine watervalletjes, waaruit koeien staan te drinken. Die dragen allemaal een bel, waardoor ik onder rustgevend gebeier mijn laatste meters naar de eindbestemming maak: het Karwendelhaus.
Helaas moet ik in mijn vochtige kleding even blijven wachten voordat onze bagage arriveert. Toch is het een heerlijke service, dat je tas door een taxi naar boven wordt gebracht. Steeds meer hotels en reisbureaus bieden deze dienst, waardoor je alleen maar aan biken hoeft te denken. Het is wat behelpen, in zo’n berghut op bijna 1800 meter hoogte. Eén douche voor twaalf natte mountainbikers blijkt onvoldoende en ook de houten banken voelen hard aan na een lange dag in het zadel. Tijdens het rijkelijke diner is het leed snel vergeten en vult de knusse ruimte zich met een kakofonie van Duits, Engels en Nederlands.
Bergaf!
Omdat we de eerste dag de single trails – paden met slechts één spoortje – gemist hebben, bedient gids Markus ons de tweede dag op onze wenken. Hij inventariseert of iedereen paraat is voor de afdaling. “Zadelpen naar beneden en druk op het achterwiel!” Hij kiest de diepte en rolt, glijdt en slipt tussen de rotsen door over de alm. Wij weten genoeg. Als de zadelpen naar beneden moet om druk op het achterwiel te houden, is dat tekenend voor de hellingsgraad.
Markus adviseert de technisch minder begaafden over de grindweg naar beneden te rijden, terwijl de rest van de groep de ruige single trail aansnijdt. We knallen langs een stroompje, vliegen letterlijk over een heuveltje, slingeren tussen de rotsen door en wringen onszelf langs bomen. Het gaat knetterhard en je moet heel goed kijken, anticiperen en reageren. Op een stukje vals plat ga ik uit het zadel en zet enthousiast aan, spring over een kuil heen en ga moedig voorwaarts. Het gaat goed! Als het echt steil wordt ben ik nog steeds voorzichtig, want iets te lang de rem loslaten en de snelheid is er niet meer uit te krijgen. Rem je te hard, dan schuif je onderuit op de losse stenen; te subtiel, dan vertraag je niet genoeg. Het is verleidelijk, maar volle bak gaan is niet verstandig. De koeien grazen vrij en kunnen interessante obstakels vormen. Om de beesten op de berg te houden is de weg zo nu en dan afgezet met een hek dat plotseling kan opduiken.

Ploeteren naar het Plumsjoch
Helaas breekt er al snel een enorme regenbui los. De rest van het traject wordt gevaarlijker. Waar je eerder gewoon over de rotsen rolde, moet je nu oppassen dat je voorwiel er niet afglijdt. We kiezen eieren voor ons geld en gaan voor de grindweg, waar we de rest van de groep ook weer oppikken.
Drijfnat vervolgen we onze route door het Engtal en zelfs de downhillers zijn blij als we de klim naar de Plumsjochhütte aansnijden. Weg met de koude rijwind. De beklimming naar de berghut begint gelijkmatig, maar wordt steeds steiler.
Halverwege twee bordjes: Plumsjoch en Plumsjochhütte. De twijfel slaat toe, welke is de juiste? Na wat heen en weer gedraal is het vanwege de aanhoudende regen nodig om een knoop door te hakken. Er volgt een smalle single trail omhoog. “Mooi weggetje!”, roepen we nog tegen elkaar. Het enthousiasme maakt echter langzaam plaats voor ergernis, wanneer een deel van het pad onbegaanbaar blijkt. Watervallen hebben hele delen weggespoeld waardoor er veel gelopen moet worden. Na een enorme ploeterpartij komen we vlak onder de top de rest van de groep tegen, op een glooiende Schotterweg. Toch verkeerd gereden!
Kachel
De laatste stukken zijn grandioos. De weg lijkt naar de hemel te lopen, de top is nooit in beeld en de begroeiing schaars. Onder hoongelach van de andere deelnemers betreden we kletsnat de Plumsjochhütte, alwaar de stemming er niet beter op wordt.
Het is koud en de kachel is uit. Er is geen personeel te bekennen. Foeterend en mopperend trekken we onze zeiknatte kleren uit, totdat de eigenaar binnenkomt. De huttenwaard blijkt goed Nederlands te spreken en we vragen ons af of hij ons gehoord heeft. Gelukkig maakt hij aanstalten om de kachel aan te steken. Als braadworsten op een barbecue draaien we onze sokken, handschoenen en zweethemden op de houtkachel om. Deze scène verandert de eerst zo bedrukte stemming in een koddige en melige toestand. De waard doet bevlogen uit de doeken wat hem zo aantrekt in de bergen. “Het is hier fantastisch omdat er zoveel sportieve mensen komen. Skiërs natuurlijk in de winter, maar ook steeds meer bikers en wandelaars. Ze delen dezelfde passie: midden in de natuur één worden met lichaam, ziel en geest.”
Achensee
Tot onze grote vreugde beginnen buiten de wolken het van de zon te verliezen. Van regen is geen sprake meer. Met de ingeslagen voeding zijn we klaar voor de afdaling. Helm vast, handschoenen weer aan en genieten van deze technische downhill. Mooi om te zien is hoe het vertrouwen en de afdalingscapaciteiten van de deelnemers is toegenomen. Rotsen. Een hoogteverschil van bijna een halve meter. Een boomstronk. Ongemerkt worden ze genomen.
Daarna rollen we door het Gerntal naar de Achensee, het grootste meer van Tirol. Even priemt de zon nog tussen de wolken en de bergen door, voordat hij achter de Karwendel zakt. Op het glasheldere water vormt zich al wat mist, wat voor een mystieke aanblik zorgt.
’s Avonds bekijken we de resultaten van de tocht. De organisatie laat op een kaart alle deelnemers zien in de vorm van bolletjes. Ze krabbelen omhoog op het computerscherm en door ze aan te klikken krijg je specifieke informatie. Snelheid, hoogtemeters en afstand. Vooruitstrevende techniek in traditioneel Tirol!

Dit verhaal is gepubliceerd in Bergen Magazine, najaar 2011.

